Carools Column: Het verzet

Carool Rijnierse
Foto: Prive

Een paar uur voordat mijn moeder overleed drie jaar geleden, schoof ze een ring om mijn vinger. De trouwring van mijn oma. Dit is niet zomaar een ring, maar eentje met een hele bijzondere geschiedenis. Ik heb het mij altijd afgevraagd: waarom gingen er mensen in de tweede Wereldoorlog in het verzet en waarom was er ook een hele grote groep die de pijn van de oorlog niet durfde aan te kijken? Hoe ontstond die tweedeling en wat was die crux bij deze mensen? Waarom accepteerde de ene groep blindelings de maatregelen tegen bijvoorbeeld de Joodse bevolking en waarom sprong de andere groep wel in de bres?

Mijn oma, Pauline Alberding Jager, zat samen met mijn opa Pieter Alberding in het verzet. Maar het was voornamelijk Pauwtje, wat haar bijnaam was, die de meeste ballen had van de twee. Ze waren woonachtig in een twee-onder-één-kapwoning aan de Wilgenlaan 11 in Zwanenburg. Naast hen, op nummer 13, woonde een NSB-gezin. Dit weerhield Pauwtje er niet van om onder andere samen met Hannie Schaft samen te werken. Op de zolder was een plek gecreëerd waar mensen konden onderduiken. Mensen van Joodse komaf en vrienden die in een knokploeg zaten. Een knokploeg was een groep personen die in georganiseerd verband de Duitsers en landverraders bewust fysieke schade toebrachten. Het werd in de tweede Wereldoorlog dan ook als een grote misdaad gezien wanneer je, in welke vorm dan ook, hieraan meewerkte.

Voor de duvel niet bang

Mijn oma was voor de duvel niet bang. Ze kon, net als ik, niet goed tegen onrecht. Ze heeft haar eigen leven meerdere keren op het spel gezet. Zo ook die ene 17 februari 1945. De mannen van de knokploeg van Tinus waren ingekwartierd op de Wilgenlaan 11. Zo ook Johnny. Het was een behoorlijk gevaarlijk adres, met NSB-ers één deur verderop. Hoogstwaarschijnlijk was het dus ook de buurman die het onderduikadres verraden had. Op deze koude winterdag stonden er opeens tientallen Duitsers in uniform en met wapens om het huis heen. Mijn oma heeft de rest van de knokploeg weten te alarmeren. Het huis werd omringd door moffen en niet veel later kwam de knokploeg met wapens aanzetten. En niet het minste materiaal werd er gebruikt, want er zaten zelfs Remington kalibers tussen.

Echte machinegeweren. Johnny werd door een Duitser geraakt in zijn schouder, maar de kogel ging dwars door zijn longen heen. Maar ook hij schoot en het was raak. De Duitser viel op de grond en overleed. Het hele verhaal is terug te lezen in het boek van Hans Smulders. ‘Razzia aan de ringvaart’ waarin ook de heldhaftige daden van mijn grootouders beschreven worden. Maar dat de kracht van Pauwtje de boventoon voerde is duidelijk.

Niet alleen personen werden geraakt door de vele kogels. Ook een schilderij van Jos Rovers. Op zich geen bijzonder schilderij. Het is een stilleven van meer dan 100 jaar oud. Je ziet een vaas, een fruitschaal en een boeket met bloemen. Het schilderij is in mijn bezit. Onderaan het schilderij zit een gat. Een kogelgat. En deze is bewust nooit gerestaureerd. Johnny schoot op de Duitser en één van de kogels ging daarna dwars door het schilderij heen. De dood van een bezetter is hier zichtbaar en onzichtbaar tegelijk. Naast de ring van mijn oma is ook het schilderij zeer waardevol voor mij. Een doek met een verhaal wat altijd doorverteld zal worden. Opdat we nooit vergeten.

De geschiedenis herhaalt zichzelf

Vol trots draag ik de ring. Ik draai er regelmatig aan. Toen mijn oma overleed is mijn moeder de ring gaan dragen. En nu zit ie alweer meer dan 1100 dagen om mijn ringvinger. Er is mij altijd gezegd dat ik het karakter van mijn oma heb. En het afgelopen jaar ben ik nog meer aan haar gaan denken. Helaas heb ik haar nooit leren kennen. Ze stierf na de tweede Wereldoorlog, toen mijn moeder nog maar zes jaar oud was. Ik heb altijd gedacht dat een verzet na de tweede Wereldoorlog geen functie meer had en dat ik nooit met zoiets te maken zou krijgen. Maar niets is minder waar. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en met de ring om mijn vinger voel ik mij nu nog meer verbonden met het verleden. Een geschiedenis wat doorstroomt in het heden. Hoe bizar is dat. De geschiedenis herhaalt zichzelf en je ziet het pas als je het doorhebt. Wie had dit ooit kunnen bedenken.

Carool Rijnierse is columniste & auteur en schrijft wekelijks een column 40+ en dan? over het wel en wee van haar leven. Ze heeft drie zoons, drie honden en drie katten.

Reacties

Cookieinstellingen