Carools Column: Parkeerautomaten

Carool Rijnierse
Foto: Prive

Hoe ik het voor elkaar krijg weet ik niet, maar er zijn altijd van die stupiditeiten rondom parkeren die ik maar niet afleer. En dan niet zozeer het plaatsen van mijn auto, al kan ik daar ook boekdelen over schrijven, maar vooral wanneer het gaat om betaald parkeren.

Je kent toch wel die kaartjes die je uit een parkeerautomaat trekt voordat je ergens gaat parkeren? Zulke machines en ik matchen gewoon niet zo goed samen. Het begint al met het eerste contact met dit apparaat. Ondanks dat ik er rekening mee houd dat ik met de auto dicht langs de desbetreffende machine moet rijden, is mijn arm altijd te kort wanneer ik het kaartje eruit wil trekken. Hetzelfde geldt trouwens ook wanneer ik op de terugweg het betaalde kaartje weer in de machine wil doen, om de spoorboom omhoog te krijgen. Ook dan moet ik eerst mezelf als een soort Houdini door het raam heen wurmen, voordat ik het uitrijkaartje in de machine kan duwen.

Wanneer er ondertussen auto’s achter mij staan te wachten, breekt het zweet mij uit en lukt het mij helemaal niet meer. Sterker nog, ik heb weleens zo staan klungelen en daarom te traag was om weg te rijden, dat de spoorboom alweer naar beneden ging en tegen mijn achterruit aan kwam. Gelukkig was dit een zachte spoorboom en er was geen schade. Maar goed. De schrik zat erin en ik voelde mij behoorlijk bekeken.

Parkeerbeheer moest eraan te pas komen

Nu ik eraan terugdenk, besef ik dat mijn relatie met parkeerautomaat nooit goed is geweest. Zo was er die keer dat ik na een wedstrijd bij Ajax mijn parkeerticket moest betalen en er een storing was. Er was maar één machine die goed werkte. Achter mij stond een steeds langer wordende rij en ik voelde mij enigszins opgehaast. En toen gebeurde het. De gleuf waar ik het parkeerkaartje in moest duwen, deed ik per ongeluk mijn bankpas in. En naast het feit dat dit niet de bedoeling was, is zo’n gleuf ook niet gemaakt voor de dikte van een pasje. En ja hoor. Deze zat vast. Mijn bankpas kreeg ik met geen mogelijkheid eigenhandig terug en de rij achter mij werd langer en langer. Uiteindelijk moest er iemand van parkeerbeheer aan te pas komen, om mijn bankpas te retourneren. Deze was zodanig beschadigd dat ik een nieuwe moest aanvragen en mijn oudste zoon het parkeergeld ter plekke heeft betaald. Met het schaamrood op de kaken ben ik zo snel mogelijk met mijn jongens de parkeergarage uitgevlucht.

Ook heb je van die plekken betaald parkeren waar je het kenteken van je auto moet intoetsen. Ik wissel zo vaak van auto, dat ik het kenteken nooit uit mijn hoofd ken. Mijn kentekenbewijs heb ik natuurlijk altijd bij mij. Maar voordat ik deze te pakken heb, is er al weer heel veel tijd verstreken. Maar het kan altijd erger.

Nog één obstakel te gaan

Gisteren bijvoorbeeld had ik een afspraak in het centrum van Amsterdam. Ik begrijp heel goed dat ze de automobilist op allerlei manieren uit de stad willen weren. Het is ook alles behalve relaxed of makkelijk om überhaupt in de binnenstad van Amsterdam te rijden. Fietsers, brommers, scooters, voetgangers en nog meer voetgangers die uit alle hoeken en gaten opeens voor je bumper verschijnen. Jij houdt je aan de regels, maar de rest absoluut niet. Na het vinden van een parkeerplek aan de gracht, lucky me, had ik nog één obstakel te gaan. Het vinden van een parkeerautomaat om een parkeerkaart te bemachtigen.

De dichtstbijzijnde was tien minuten lopen. Ofwel, twintig minuten om weer terug bij mijn auto te komen en toen nog tien minuten om naar het desbetreffende restaurant te gaan. Parkeren kostte daar maar liefst zeveneneenhalve euro per uur, dus reken maar uit. Niet veel later kwam ik erachter dat ik ook met mijn mobiele telefoon had kunnen betalen voor het parkeren en de hele parkeerautomaat had kunnen negeren.

Hoe dan ook; rijden in een stad is niet mijn ding en ik zal nooit goede vrienden worden met parkeermachines. En dat is prima. Wat een geluk voor mij dat ik in een dorp woon waar parkeerapparaten overbodig zijn. Dat scheelt voor mij en mijn omgeving een hoop gedoe.

Carool Rijnierse is columniste & auteur en schrijft wekelijks een column 40+ en dan? over het wel en wee van haar leven. Ze heeft drie zoons, drie honden en drie katten.

Reacties