In de spotlight: kunstenaar Maria Koijck

Foto:

Ruim tien jaar is ze al bezig met afval kunst. Toen ze in 2019 de diagnose borstkanker kreeg en niet lang daarna geopereerd werd, wist kunstenaar Maria Koijk toen ze uit de narcose kwam: hier moet ik iets mee. Het resulteerde in een indrukwekkende video, samen gemaakt met dochter Eva, waarin ze op een persoonlijke manier mensen bewust wil maken van de hoeveelheid afval die we met elkaar creëren, óók in ziekenhuizen.

De operatie van haar borstreconstructie, die tien uur duurde, leverde zes vuilniszakken vol met afval op: wegwerpmateriaal, hoezen, verpakkingen voor steriele gaasjes, plastic handschoenen, OK schorten, mutsen en ga zo maar door. Zestig procent van het materiaal dat gebruikt wordt in ziekenhuizen is wegwerp, aldus Maria. “Ik was me doodgeschrokken. “Hoeveel wegwerp materiaal wordt er voor mijn operatie gebruikt? Wat je ziet in de video is nog niet eens alles. Dit is alleen het schone afval van de OK. De bebloede gaasjes heb ik weggelaten.”

In de ban van verpleging

Maria groeide als negenjarig meisje op in de tijd van de oliecrisis en de autoloze zondagen. “Je had toen zo’n plaatje, van de aarde als een kaarsje, dat langzaam opbrandt. Dat heeft veel indruk op me gemaakt. De aarde kan dus opraken en wat gebeurt er dan? Ik heb me altijd wel beziggehouden met hoe achteloos we met producten omgaan. Dat we zo egocentrisch zijn, zo van: wat kan mij het schelen. Ik snap dat gewoon niet. Dat had ik als kind al en dat heb ik nog steeds.”

Ze begon ooit op de kunstacademie en koos na 2, 5 jaar voor een eenjarige loodgietersopleiding, omdat ze iets praktisch wilde leren. “Ik heb een fascinatie voor metaal, toen al. Ik heb metaal altijd heel gaaf gevonden. Na mijn loodgietersopleiding ben ik zwart gaan werken en van mijn verdiende geld ging ik parachute springen. Ik heb toen mijn enkel verbrijzeld.” Door het bezoek aan het ziekenhuis raakte ze in de ban van verpleging. Een mooi vak, aldus Maria, alleen werd ze flauw van alle onregelmatige diensten. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want ze ging naast de verpleging ook weer kunst maken. “Als kind was ik altijd bezig met dingen maken en dat ben ik blijven doen. Zo had ik in die tijd een expositie van wijnfles verpakkingen. Die maakte ik van restjes hout. Ik heb toen alles verkocht en zo begon het een beetje te lopen.”

“Ik moest, anders kon ik niet verder”

Het was haar toenmalige chef die haar inspireerde om ontslag te nemen als verpleegkundige en vol voor haar bedrijf te gaan. “Diezelfde dag heb ik in mijn koffiepauze ontslag genomen. Ik moest, anders kon ik niet verder. Ik ben die man nog steeds dankbaar. Vanaf dat moment was ik fulltime kunstenaar, eerst in de evenementenbranche, festivals aankleden. Daar stoorde ik me aan de hoeveelheid afval die er werd weggegooid.” Gaandeweg ging ze zich verdiepen in afval kunstprojecten. “In 2008 was de crisis en werd ik uit alle offertes geschrapt. Ik was een luxe, want deed de styling en art-direction. Ik kwam zonder werk te zitten, maar vond dat prima. Toen belde een vriendin die me uitnodigde om naar Sierra Leone te komen. Dat is een turning point geweest, zoals dat heet. Toen ik daar de plastic soep op het strand zag, wist ik: hier moet ik iets mee. Ik ben toevallig kunstenaar, zeg ik altijd. Dit is mijn manier van communiceren. Er ligt overal zoveel materiaal op straat. Als je daar aandacht aangeeft, ga je er anders naar kijken. Dat zie je ook in mijn video. Het ziet er mooi uit, maar aan het einde zie je de beelden van de drone, en dan is het weer afval dat wegwaait.”

Zoals Sierra Leone een turning point was in het leven van Maria, zo was de operatie dat ook. Een moment van: dit moet anders. “Het is een gevoel van geroepen voelen om iets aan te kaarten omdat je nu eenmaal kunstenaar bent. Ik heb over de hele wereld projecten gedaan, waarbij ik afval verzamel en daar beelden van maak. Zo heb ik in Brazilië en Amerika beelden gemaakt van olifanten en rino’s. Het is een manier op de grote hoeveelheid afval op een prettige manier onder de aandacht te brengen. Ik heb ooit een roze flamingo gemaakt op Bonaire van alleen maar Crocs. Ik had er wel zestig kunnen maken, zoveel zooi ligt daar op de stranden. Ik stond huilend op het strand, zo erg vond ik het. Ik was nog even bang dat ik niet genoeg roze afval zou vinden. We hadden een clean up georganiseerd met 150 mensen. We hebben 400 meter strand opgeruimd en vrachtwagens vol afgevoerd. Die Crocs zijn al lelijk, en als ze aanspoelen, vallen ze in micro plastic onderdeeltjes uit elkaar. Net als zand. Dat is niet om aan te zien.”

“Ik zat wel even op de bodem van mijn leven”

En toen was daar de diagnose borstkanker op een mooie zomerse dag. Ze voelde niets aankomen. Dankzij het bevolkingsonderzoek werd ze eruit gepikt, in eerste instantie voor haar rechter borst, maar er zat iets in haar linker borst. “De huisarts zei dat het negen van de tien keer niets is. Dus ik dacht: ik ga er even heen. Ik was wel heel moe, maar dacht dat dit door de mantelzorg kwam. Die vermoeidheid kwam dus door de kanker. Er zagen drie tumoren in mijn linkerborst. Voor ik het wist, stond de hele kamer vol. Je bent doodsbang, kanker krijgen is niet leuk. Er wordt wel een lijntje gezet op de horizon en je realiseert je dat het leven echt niet oneindig is. Ik zat wel even op de bodem van mijn leven. Na de operatie, waarin mijn borst werd geamputeerd, weet je pas of er uitzaaiingen zijn en wat voor verdere behandelingen er nodig zijn. Die periode is niet te doen.”

Al vanaf de eerste bezoeken aan het ziekenhuis werd ze zich bewust van de hoeveelheid afval. “Ik stond er met afschuw naar te kijken. Na de amputatie werd mijn verband doorgeknipt en verdween de schaar in de naalden container. Dat was dus een wegwerpschaar.” Dit was voor Maria de aanleiding om iets met het afval te gaan doen. Ze werd nieuwsgierig hoeveel afval ze produceerde door al haar ziekenhuisbezoeken en vroeg aan de artsen of ze het afval mee mocht nemen. Iedereen vroeg haar waarom en dan antwoordde ze: ik wil een project doen. “Ik ben wel eerst naar de directeur van het ziekenhuis gegaan om toestemming te vragen. Je loopt het gevaar dat mensen denken dat je tegen het ziekenhuis bent. Dat ben ik helemaal niet. Ik wil dat het ziekenhuis achter mijn project staat en dat doet ze ook. Veel artsen waren nieuwsgierig om te weten hoeveel afval er is.”

Tegen welke prijs?

De video heeft ervoor gezorgd dat afval weer een aandachtspuntje is op de agenda van artsen. “Een plastisch chirurg mailde mij dat ze een week vrij was geweest, waarin ze elke dag, zoals altijd, haar afval aan het scheiden was. Op de OK wordt alles gewoon weggegooid. Toen ze terug op werk kwam, deelde ze dit met haar collega’s. Heb je dat filmpje nog niet gezien, vroeg een collega van haar. De video maakt veel indruk. Ik krijg veel reacties, dat vind ik echt te gek. Er ligt namelijk nog steeds een taboe op, dat je als patiënt klaagt over de hoeveelheid afval. Ik ben toch genezen? Daar zou ik dankbaar voor moeten zijn, dus wat zeur ik dan over het afval? Ik ben ook echt dankbaar dat ik genezen ben. Dit filmpje prikt door dat taboe heen, want ik krijg van veel mensen te horen dat ik gelijk heb en dat dit anders moet. Het gaat niet alleen om het afval, maar ook om de zorg die je ziet. Er zijn zoveel mensen bezig geweest om mij een nieuwe borst te geven, dat is het óók. Maar tegen welke prijs?”

De operatie was drie maanden geleden en ze is nog fysiek aan het herstellen. “Ik ben blij dat ik mijn eigen lijf weer terug heb en dat dit project achter de rug is. Ik kan weer verder. Ik voel me nu kankervrij. Ik ben me nog meer gaan realiseren dat ik maar één leven heb en dat ik hier zuinig mee om mag gaan. Ik sta nu wel anders in het leven. Toen ik op die tafel lag en ontdekte dat ik kanker had, voelde ik me bijna betrapt. Shit, ik ben erbij. Je weet in zo’n moment niet welke kant het opgaat. Het bepaalt wel de rest van je leven. Mijn man en ik wonen inmiddels kleiner, met minder ballast. Ik heb ook wat meer haast gekregen. Er is nog zoveel te doen in dit leven, voordat ik wegga. Ik heb net nog even gekeken: de video is meer dan 800.000 keer bekeken. Hij is zelfs in Iran gedeeld. Ongelofelijk. Ik had het natuurlijk gehoopt, maar dit overvalt me wel.”