Barbara van Beukering: “We accepteren de dood niet als een vanzelfsprekend einde”

Barbara van Beukering
Foto: Linda Stulic

We hebben de dood heel lang weggedrukt, aldus journalist en schrijver Barbara van Beukering, die al heel lang gefascineerd is door sterven en doodgaan, mede door het overlijden van haar ouders. Tijdens het schrijven van haar onlangs verschenen boek ‘Je kunt het maar één keer doen’ heeft ze zichzelf de vraag gesteld waarom we de dood niet als een vanzelfsprekend einde accepteren. “Vroeger stierven we midden in de huiskamer, nu is de dood het grootste taboe in ons leven.”

Ze is een jaar bezig geweest met het schrijven van haar boek, een persoonlijke zoektocht naar sterven, waarvoor ze zes deskundigen heeft gesproken, waaronder onder wie oncologen, euthanasie artsen en hospice medewerkers, en tien nabestaanden heeft geïnterviewd over het stervensproces van hun dierbaren. “Toen ik tijdens het schrijven van mijn boek aan mensen vertelde dat ik een boek over doodgaan schreef, viel het gesprek letterlijk stil. Nou, gezellig zeg, kreeg ik dan vervolgens te horen.” Het liet haar zien hoe groot het taboe daadwerkelijk is.

“We accepteren de dood niet meer als een vanzelfsprekend einde”

De deskundigen die in het boek aan het woord komen, hebben allemaal dagelijks met de dood te maken. “Ik wilde van hen weten waarom we zo bang zijn voor de dood. Ze zeiden allemaal dat we de dood buiten ons leven geplaatst hebben. Vroeger was het veel normaler. Mensen stierven midden in de huiskamer, terwijl de kinderen eromheen speelden. Halverwege de vorige eeuw overleed je aan een fikse griep of longontsteking. Door de medische revolutie kunnen we inmiddels zoveel ziektes genezen. Als we ziek zijn, worden we behandeld. En als dat niet aanslaat, krijgen we de volgende behandeling. En dan nog een, want er is maar één weg, en dat is beter worden. We accepteren de dood niet meer als een vanzelfsprekend einde, maar dat is wel zo.” Niemand komt hier levend vandaan, aldus arts en schrijver Bert Keizer, een van de deskundigen in het boek. Hij heeft aan meer dan duizend sterfbedden gestaan.

Twintig procent van de mensen gaat plotseling dood, tachtig procent heeft een zogenaamde aankondigde dood, en krijgt op een dag te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hoe verhoud je je tot dergelijk nieuws? Dat is het moraal van het verhaal van Barbara. “Hoe zorg je ervoor dat je niet door totale paniek wordt overvallen, maar dat het je lukt om als je te horen krijgt dat je binnen afzienbare tijd komt te overlijden, je erin te berusten. Het akelige is, dat de meeste mensen worden overvallen door die totale paniek. Er zijn geen cijfers bekend over hoe mensen sterven, maar ik heb het zelf ervaren met mijn vader, en het kwam ook terug in veel van de gesprekken die ik gevoerd heb. Het is voor de meeste mensen heel moeilijk om dood te gaan. Hun laatste fase wordt door angst geregeerd.”

Impact van ons stervensproces

Haar eigen vader kreeg 24 jaar geleden te horen dat hij een tumor in zijn darmen had. Binnen zes weken was hij dood. Hij kon er niet over praten, wilde ook niet dood en was volledig in paniek. Er gebeurde de laatste dagen vreselijke dingen met haar vader en hij is met paniek in zijn ogen overleden. “Ik heb drie jaar lang last gehad van de manier waarop mijn vader is overleden. Daar heeft hij uiteraard geen idee van gehad. Tuurlijk heeft mijn vader dat niet zo gewild. Hij wilde me zeker niet opzadelen met angst en nachtmerries. Toen ik aan mijn boek begon, is dat wel iets wat ik me heb afgevraagd. Zijn mensen zich ervan bewust wat voor impact hun stervensproces heeft op hun nabestaanden? Waarom leren we niet hoe we kunnen sterven? Ik denk dat de meeste mensen geen idee hebben wat die impact is. En dat is ook niet zo gek, want sterven is een eenzaam proces. De persoon die sterft, is het slachtoffer, en daar kan je geen moreel oordeel over vellen. Als hij of zij in paniek is, niet wil praten of verdrietig is, moeten we dat respecteren. Dat is de autonomie van de stervende.”

Zelf hoopt Barbara haar vier kinderen niet op te zadelen met nare beelden. “Ik wil het graag goed doen straks, zoals mijn moeder, die zich kon berusten in het feit dat ze ging sterven en van iedereen afscheid heeft genomen. Ze heeft nog een paar hele leuke maanden gehad. Zouden we dat kunnen leren, dus hoe je je op de je dood kunt voorbereiden?”

Nu al voorbereiden

Volgens de deskundigen in haar boek moeten we nu al nadenken en praten over de dood en kijken hoe anderen het doen. Hoe meer je je daar bewust van bent, hoe beter je gewapend bent tegen een slecht nieuws gesprek. “Een van de deskundigen, Ineke Koedam, die in 2016 het Landelijk Expertisecentrum Sterven heeft opgericht, vertelde dat we de voorbeelden van anderen nodig hebben om te weten hoe we het zelf willen. Zodoende kunnen we ons nu al voorbereiden.”

De openhartige verhalen van de nabestaanden in het boek geven een intiem kijkje in het stervensproces van onder andere zangeres Sandra Reemer, cabaretier en presentator Jos Brink en Dolly Dot zanger Ria Brieffies. “Sommige verhalen zijn heel verdrietig, anderen verhalen zijn heel mooi, zoals van de man van schrijfster Renate Dorrestein. Maarten de Boer beschrijft haar laatste levensfase zo mooi.” Beide hadden veel geleerd van andere mensen op hun sterfbed, bijvoorbeeld dat je het met elkaar moet doen en dat je keuzes maakt hierin. “Ja, zo wil ik het ook, denk ik dan. Ik wil nog lang niet dood, maar als ik moet gaan, wil ik het zoals Maarten en Renate het hebben gedaan. Dat we van anderen kunnen leren over hoe zij sterven, is heel belangrijk.”

“Angst is de grootste vijand van het sterfbed”

Wat ook belangrijk is, aldus Barbara, is om te kunnen berusten in het feit dat je dood gaat. We mogen ons bewust zijn dat angst de grootste vijand van het sterfbed is. “Dan ga je je verzetten en dat heeft geen zin. Daar krijg je een naar sterfbed van. In die berusting kun je samen met je dierbaren je leven afronden. De deskundigen zeiden allemaal dat mensen die dankbaar zijn voor hun leven, eerder kunnen berusten in het feit dat ze dood gaan. Dankbaar zijn kan je leren, ook als je niet tevreden bent over je leven. Daar moet je mee beginnen als je nog niet aan sterven bent. Dat zouden we dus nu al mogen doen.”

De titel van het boek impliceert dat we maar één keer doodgaan. Er zijn mensen die hier anders over denken en van mening zijn dat we het vaker doen. “Dat heb ik niet opgenomen in mijn boek. Er zijn inderdaad mensen die geloven dat er na dit leven nog een ander leven is, en dat het dus doorgaat. Ik heb wel aan een van de deskundigen gevraagd of het hebben van bijvoorbeeld een geloof een sterfbed makkelijker maakt. Dat kon ik me namelijk voorstellen. Is het minder erg om je leven op te geven als je weet dat er hierna nog iets is? Maar dat is niet zo. Mensen kunnen troost vinden in hun geloof, maar ook zij moeten dit leven loslaten, of je nou gelooft dat er nog iets komt of niet. Dat proces van loslaten blijft hetzelfde. Dat vond ik wel een eye opener.”

“Ik zou me vastklampen aan mijn man en kinderen”

Barbara is sinds het schrijven van haar boek minder bang voor de dood geworden. Ze is gaan realiseren wat de zin van het leven is en dat de dood bij het leven hoort. “Het is een onderdeel van het leven en niet het tegenovergestelde. Ik zie er nog steeds als een berg tegenop, maar ik vind het niet meer eng. Rouwpsycholoog Manu Keirse zegt dat met name rijke mensen vaak een moeilijker sterfbed hebben, want die zijn meer bezig met achterlaten. Ze klampen zich vast aan hun bezit en aan alles wat ze hebben. Ik zou me vastklampen aan mijn man en kinderen. Ik hoop dat als mensen mijn boek gelezen hebben, dat ze er iets van troost in vinden. Dat ze die rot dood niet meer eng vinden, maar dat ze leren om zich ertoe te verhouden. We moeten wel, want hij komt op een dag. Bert Keizer zegt in mijn boek dat het geen zin heeft om ons te verzetten. We kunnen de dood beter binnen laten als hij aanklopt, want al moet hij de hele voorgevel eruit tillen, naar binnen zal-ie.”

En wat is volgens Barbara de zin van het leven? “Volgens oncologisch chirurg en alvleesklierkankerspecialist Casper van Eijck is de zin van het leven wat je kunt betekenen voor anderen. Dat vind ik een mooie gedachte. Door het schrijven van het boek ben ik me meer bewust geworden wat ik nu al mag loslaten. Als je nadenkt over de dood, ga je nadenken over het leven. Mijn boek gaat over onze emotionele nalatenschap. Ik heb veel verhalen gehoord en krijg dagelijks mails en brieven. Ook al is een ouder of een andere dierbare twintig jaar geleden overleden, een naar sterfbed kan je de rest van je leven een rot gevoel geven. Je kunt het niet overdoen en je blijft eraan terugdenken. Ik dacht altijd aan dat verschrikkelijke sterfbed van mijn vader. Dat heeft heel lang geduurd. Er zijn mensen die na tien jaar nog bij een psycholoog lopen, louter om de manier waarop een dierbare is overleden. Ik zou willen, en dat is inmiddels een soort missie geworden, dat we met elkaar praten over de dood, en erover nadenken. Ik gun iedereen een mooi sterfbed. Als mijn boek daar iets aan bijdraagt, ben ik daar heel dankbaar voor.”