In de spotlight: geboortefotograaf en initiatiefnemer stichting Zwanger voor een Ander Pauline van Berkel

Pauline van Berkel
Foto: Privé

Toen Pauline van Berkel van haar eerste kind beviel, was ze dusdanig onder de indruk van het hele proces, dat vanaf dat moment bevallingen een rode draad in haar leven werden. De bevalling was voor haar een ware transformatie. Ze heeft vijf kinderen op de wereld gezet, waarvan twee als draagmoeder. Nu werkt ze als geboortefotograaf en zet ze zich via stichting Zwanger voor een Ander in voor meer en gedegen informatie over het draagmoederschap.

Ze was altijd een muurbloem en van kinds af aan had ze een negatief zelfbeeld. “Ik had weinig eigenliefde en vond mezelf ronduit lelijk. Toen ik zwanger werd, sloeg dat om. Het buikje waar ik altijd van baalde, vond ik juist heel mooi toen ik zwanger was. Daar groeide een baby in. Ik voelde zoveel kracht bij de bevalling en was onder de indruk dat ik dit kon. Hier ben ik dus goed in: dat ik zonder ingrepen een kind op de wereld kan zetten. Ik was trots op mezelf. Ik heb nu drie pubers en bij alle drie heb ik mooie bevallingen gehad.”

Na haar derde zwangerschap wilde ze eigenlijk nog wel een keer zwanger worden, maar ze had haar handen vol aan het gezin. “Mijn gezinsleven was best druk en ik zag een vierde kind niet zitten. Ik merkte dat ik het jammer vond als ik nooit meer een bevalling zou ervaren. Ik heb een paar jaar met dit gevoel rondgelopen. Ik wilde geen kind meer, maar wel nog een keer bevallen. Bestaat dat? Dan kom je al snel uit bij het draagmoederschap. Ook met dit idee heb ik een tijd rondgelopen, want kan ik dat wel en wil ik dat ook?”

“Het is legaal in Nederland, maar er is niks geregeld in de wet”

Kinderen neem je niet, maar die krijg je, aldus Pauline. Ze wist van een bevriend stel die moeilijk zwanger konden worden en een vruchtbaarheidstraject in moesten. “Als ik zwanger wilde raken, stopte ik met de pil en was ik een maand later zwanger. Dat voelde oneerlijk, omdat andere mensen soms zo’n strijd moeten voeren.” Ze besloot tien jaar geleden dat ze draagmoeder wilde zijn en ging op onderzoek uit. “Het is legaal in Nederland, maar er is niks geregeld in de wet. Ik kon vrijwel niets vinden op het internet en wat er aan informatie was, werd ik niets wijzer van. Ik kwam er al snel achter dat het heel omslachtig is om het juridisch voor elkaar te krijgen.”

Ze ging een blog schrijven over haar behoefte om draagmoeder te worden en wat ze zoal tegen kwam. “Zo kwam ik in contact met een homostel, dat een kinderwens had. We hebben ruim een jaar de tijd genomen om elkaar te leren kennen en om samen het wiel uit te vinden. Ik heb contact gezocht met andere vrouwen die ermee bezig waren en we zijn bij een advocaat langs geweest. We wilden eerst alles zoveel mogelijk op een rijtje hebben, voordat we besloten om zwanger te worden.”

Pauline is de biologische moeder van Emma (6), maar de twee vaders doen de volledige opvoeding. “We zien elkaar een paar keer per jaar en Emma weet dat ik haar biologische moeder ben. Daar doen we niet krampachtig over. Ik herken zeker mezelf in haar en soms als ze eigenwijs is, zeggen haar vaders gekscherend dat ze dit van haar moeder heeft. Dan zeg ik: nee, dat komt door de opvoeding. Ik ben haar moeder, maar niet haar mama. Althans, zo hadden we dat afgesproken. Maar Emma trekt zich daar niets van aan, en noemt mij gewoon mama. Ze vindt het leuk om hier langs te komen en we gaan één keer per jaar naar de Efteling.”

De angst die veel mensen hebben

Haar drie kinderen, die ze als eerste verteld heeft over het draagmoederschap idee, vonden het een mooi idee. Haar man vond het een eng idee. Wat als Pauline zich zou bedenken en het kind toch wilde houden? “Dat is een angst die veel mensen hebben. Er wordt vaak gezegd: “Oh, dat zou ik nooit kunnen”. Tuurlijk, als ik aan mijn eigen kinderen denk en dan aan het idee dat ik die nooit meer mag zien, krijg ik het ook benauwd. Maar ik ben de twee draagmoeder zwangerschappen al vóór de conceptie anders in gegaan. Ik heb zelf nooit die angst gehad. Ik heb echt een band opgebouwd met beide kinderen tijdens de zwangerschap en mijn buik aangeraakt. Ik houd van ze.”

Na Emma is Pauline nog één keer draagmoeder geweest voor een ander homostel. “Ik vond het zo’n mooi avontuur, dat ik het graag nog een keer wilde. De vaders van Emma vonden het goed zo, dus toen ben ik op zoek gegaan naar een ander stel.” Ze was veertig tijdens haar laatste zwangerschap. Dochter Liv is inmiddels twee jaar oud. “Het was veel zwaarder, dus het is goed zo. Ik wil het lot niet tarten. Maar de kriebel zal blijven bestaan. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets miste na de bevalling van Emma en Liv. Ik vind het wel fijn en belangrijk om foto’s en filmpjes te krijgen, om te weten dat het goed met ze gaat. Dat heeft mij enorm geholpen.”

Vanuit de stichting Zwanger voor een Ander informeert ze draagmoeders en wensouders over wat er allemaal komt kijken bij het draagmoederschap. “Het is belangrijk dat je goed voorbereid bent en er niet zomaar induikt, omdat er wettelijk niets geregeld is. Op dit moment doen we maar wat. Er zou veel meer screening en counseling mogen zijn.  Ik adviseer altijd om een advocaat te nemen, eentje voor de wensouders en eentje voor de draagmoeder. Dit in het geval dat er een conflict ontstaat, wat zeldzaam is. Het is belangrijk om alles zwart op wit vast te leggen, ook het financiële plaatje en de adoptieprocedure. Als de draagmoeder getrouwd is, is het kind automatisch van haar man, juridisch gezien. Beide wensouders moeten het kind dan adopteren. Dit kan pas na de geboorte en duurt ongeveer een jaar.”

Inmiddels werkt Pauline sinds vijf jaar fulltime als geboortefotograaf. “Ik maak foto’s van het hele proces. Ik kom bij de mensen thuis of in het ziekenhuis. Je bent bij een moment waarbij het leven voor altijd verandert voor mensen. Het is zo groots en mooi om daar getuige van te mogen zijn, dat vind ik fantastisch.”

Reacties

0