20 jaar solomoederschap: een terugblik

Barbara Lammerts van Bueren
Foto: Maartje Kuperus

Twintig jaar geleden werd Barbara Lammerts van Bueren moeder van een dochter, zonder dat ze een partner had. Een vriend was donor voor haar. Zes jaar later werd ze via adoptie moeder van een tweede dochter. Ook alleen. Haar persoonlijke ervaring vormde het startpunt van wat uiteindelijk de coachingspraktijk ‘Alleen met kinderwens’ werd. We blikken terug op 20 jaar solomoederschap.

“Dat ik moeder zou worden, daar heb ik eigenlijk nooit over getwijfeld. Maar dat het zou gaan zoals het is gegaan, dat had ik niet kunnen bedenken. Ik had wel eens geroepen ‘desnoods doe ik het alleen’, maar over de praktische uitvoering daarvan dacht ik niet verder na.”

Dat kwam pas toen Barbara een jaar of dertig was, en haar twee beste vriendinnen trouwden en moeder werden. “Dat was heel confronterend: hun leven nam de wending waar ik ook zo naar verlangde, maar ik had al een aantal jaren geen serieuze relatie meer gehad. Ik dacht regelmatig terug aan die uitspraak dat ik het desnoods ook wel alleen zou doen, en daarmee was er in mijzelf iets wakker geworden. En noem het toeval of niet, dan komen er mensen op je pad. Dan ontmoet je vrouwen in een vergelijkbare situatie, dan raak je bevriend met een homoman met kinderwens.”

Donor

Uiteindelijk was het een bevriend hetero-stel dat hulp bood: hij wilde wel vader worden van het zo gewenste kind. Ondanks dat Barbara al verschillende scenario’s had verkend, bracht dit aanbod haar toch in verwarring: aan de mogelijkheid dat een man in een relatie met een vrouw, donor zou kunnen zijn, had ze geen moment gedacht. “Met z’n drieën – want natuurlijk ging het ook zijn vriendin aan – spraken we over wensen en verwachtingen, en hebben we allerlei ‘wat als …’ scenario’s verkend. En eigenlijk voelde het heel goed, de uitgangspunten waren duidelijk, zij gunden mij het moederschap en we hadden vertrouwen in elkaar. Ook als het anders uit zou pakken, zouden we daar een vorm voor vinden.”

Inmiddels is het ruim twintig jaar later, en is Noor, de dochter die uit deze afspraken geboren werd, volwassen. Is het inderdaad gelopen zoals bedacht? “Eigenlijk wel. De zorg en verantwoordelijkheid lag primair bij mij. Maar er is al die jaren, niet heel frequent, maar wel regelmatig, contact geweest. Noor heeft altijd geweten wie haar vader is. Hij heeft Noor én haar zusje Zhong Bing een aantal keren meegenomen op vaderweekend. Noor is een echte bèta, net als haar vader, het is leuk dat ze die interesse met hem kan delen. En er zijn ook dingen die anders lopen: zo kreeg Noors vader een nieuwe partner, en met haar kreeg hij kinderen. Dat zijn een halfbroertje en -zusje van Noor, maar zijn ze ook iets van mij?”

Verbondenheid reikt verder dan een bloedband

De keuzes die Barbara maakte reiken verder dan haar eigen gezin. Zo ontstaan er allerlei verbanden die nog geen naam hebben. “Met mijn twee dochters vorm ik een hecht gezin, waarin verbondenheid verder reikt dan een bloedband. We zijn verbonden met het gezin en de familie van de vader van Noor, net zoals we verbonden zijn met de Chinese ouders van Zhong Bing, ook al weten we niet wie zij zijn. Ik heb sinds een paar jaar een LAT-relatie, waarmee er weer nieuwe naasten bij komen. Voor mij ligt daar een kern: het in alle openheid verbonden zijn, en verbonden mógen zijn. Ook als de lijntje anders lopen dan in een traditioneel gezin.”

De afgelopen twaalf jaar is Barbara ook beroepsmatig bezig geweest met het begeleiden van alleenstaande vrouwen die het moederschap overwegen. Zijn er dingen veranderd, ten opzichte van twintig jaar geleden? “Jazeker. Hoewel ik geen harde cijfers heb, zijn de aantallen zeker toegenomen. Alleenstaande vrouwen vormen anno nu de grootste klantengroep bij spermabanken, en met de toegenomen vraag is er ook schaarste ontstaan. Commerciële Deense spermabanken zijn in dat gat gesprongen: met een paar muisklikken bestel je online rietjes donorsperma waar je in Nederland mee geïnsemineerd kan worden. Daarmee is er een schaalvergroting gekomen die ik best lastig vind.”

Tachtig of honderd halfbroertjes en -zusjes

Deens Donorsperma wordt wereldwijd geëxporteerd. Ondanks dat per land de regelgeving wordt gerespecteerd – zo mag een spermadonor in Nederland voor maximaal 12 gezinnen gebruikt worden – tellen al die quota wel bij elkaar op. Donoren hebben zo tientallen en soms meer dan honderd nakomelingen wereldwijd. “Ik vraag me af wat dat met een kind doet, te weten dat je misschien wel tachtig of honderd halfbroertjes en -zusjes heb. Ik heb daar geen antwoord op, maar ik mis wel de menselijke maat. Als ik mijn verhaal vertel, hoor ik vaak: zó zou ik het ook graag willen. Negen van de tien keer gevolgd door: maar ik ken niemand. Toch ben ik ervan overtuigd dat juist hier kansen liggen voor veel vrouwen. In de eigen kring, of via via. Vanuit een persoonlijke betrokkenheid.”

Ervoor kiezen om in je eentje een kind te willen krijgen, is niet zomaar een keuze. Het betekent afscheid nemen van de droom om samen een gezin te stichten, stilstaan bij wat het voor een kind betekent om geen vader te hebben en eerlijk te kijken naar de praktische invulling van alleenstaand moederschap. Barbara schreef twee boeken om vrouwen hierbij te ondersteunen: ‘Geen partner, wel een kinderwens’ (2012/2018), en voor vrouwen die graag een bekende donor willen voor het realiseren van hun kinderwens ‘Donor bekend’ (2017).

Reacties