‘Echt’ ouderschap, wat is dat eigenlijk?

Eke Krijnen
Foto: Lotje van der Bie

“Gefeliciteerd, nu ben jij ook écht moeder!” In de kraamtijd van ons tweede kind feliciteerden sommige mensen mij heel anders dan twee jaar eerder, toen ons eerste kind geboren was. Samen met mijn vrouw en een goede vriend vormen wij één gezin. We voeden een zoon op van inmiddels ruim 2,5 jaar en een dochter van alweer bijna 10 maanden oud. Het grootste deel van de tijd wonen de kinderen bij mijn vrouw en mij. Eén dag en nacht in de week plus nog een aantal weekenden per jaar zijn de kinderen bij hun papa. Ondertussen ondernemen we ook veel met het hele gezin. Mijn vrouw heeft onze zoon op de wereld gezet en ik heb onze dochter gedragen.

“Echt moeder? Dat ben ik al twee jaar!” was mijn standaardreactie op zulk soort felicitaties. Meestal viel er dan ongemakkelijke stilte en ging het gesprek daarna gauw verder of smeerde iemand snel een beschuit met muisjes. Eén kraambezoekster durfde er toch nog aan toe te voegen: “Ja, maar dat is tóch anders. Echt moeder ben je pas als je gebaard hebt.”

Zou men me wel als zijn moeder beschouwen?

Toen onze zoon geboren werd, heb ik me veel zorgen gemaakt over mogelijke reacties van de omgeving. Zou men me wel als zijn moeder beschouwen? Zou ik niet heel vaak mijn rol moeten uitleggen? Natuurlijk waren er wat ongemakkelijke opmerkingen en vragen, vaak uit goedbedoelde onwetendheid, maar over het algemeen was ik positief verrast. Vanzelfsprekend ben ik zijn moeder. Logisch dat de wereld dat ook zo ziet. Het kon toch ook niet mogelijk zijn dat mijn eigen beleving zo scheef zou kunnen lopen met hoe anderen het zien.

Met de geboorte van mijn dochter bleek dat ik het al die tijd misschien toch mis had gehad. Zouden de mensen die mij nu feliciteerden met mijn ‘échte’ moederschap mij dan voorheen als een soort nepmoeder hebben beschouwd, simpelweg omdat er geen biologische connectie is? En hoe zien deze mensen dan de rol van mijn vrouw ten opzichte van onze dochter, ook als een tweederangs moeder? De grote vraag is dan: wat is écht ouderschap?

Ik kan alleen maar spreken over wat ‘echt’ voelt. Onze zoon geboren zien worden, misschien is dat wel mijn eerste ervaring met echt ouderschap. Eerst een plukje haar, dan even niets, en ineens was hij er helemaal, na al dat harde werken van mijn vrouw. De opluchting en overweldiging: daar was niets neps of tweederangs aan. Twee jaar later onze dochter geboren voelen worden: dat was ook behoorlijk echt. Een compleet andere ervaring dan de geboorte van mijn zoon, maar niet méér of minder.

Een verbintenis voor het leven

Misschien ligt mijn eerste ervaring met ‘echt ouderschap’ nog verder terug in de tijd, nog voor onze kinderen er waren. Ik denk aan de middag dat mijn vrouw, onze vriend en ik bij een notaris aan tafel zaten om vast te leggen hoe wij voor onze toekomstige kinderen zouden zorgen. Hoe wij samen, als gezin, verantwoordelijk voor hen zouden zijn en hoe wij die verantwoordelijkheden zouden verdelen. Dat was het moment dat heel goed tot me doordrong wat dit plan om kinderen samen te krijgen betekende: een verbintenis voor het leven. Dat is waar we die middag voor tekenden en later met z’n drieën op proostten.

Na dat moment stapelden de ervaringen met ‘echt’ ouderschap zich op. Schopjes tegen mijn hand, op de buik van mijn vrouw. Schopjes tegen míjn buik. Het eerste lachje van mijn zoon (ik was de gelukkige eerste ontvanger!). Eindeloos vaak plaksnoeten, -handen en -billen schoonvegen. Liedjes zingen tot onze zoon kalm genoeg was om te slapen. Nog véél meer liedjes zingen voor onze dochter, die het in eerste instantie vertikte om ergens anders te slapen dan tegen een warm lijf. Of dat nu het lijf van haar papa, haar ene of haar andere mama was, dat was haar om het even. ‘s Nachts met een benauwde, pieperige baby naar het ziekenhuis rijden. Een nachtje moeten blijven tot het vertrouwd is om naar huis te gaan. Hele gesprekken voeren en uitspelen met een tweejarige over het wel en wee van Skiep, Poesje en Douwe de Das, de hele knuffelfamilie. Onzekerheid, met name bij de eerste, of we het allemaal wel goed doen. Advies aannemen en advies negeren. Vaak héél, héél moe zijn. Maar ook voortdurend verrast en opgevrolijkt worden. Weten dat liefde exponentieel groeit: er komt steeds maar meer en meer bij.

Wat precies de definitie is van ‘echt ouderschap’ weet ik niet. Wel weet ik dat het begrip van ouderschap waarin biologie leidend is en een gezin bestaat uit man, vrouw en kind(eren) ons te krap zit. We hebben bredere definities nodig van ouderschap, van vaders, moeders en families, waar gezinnen zoals het onze ook in passen. Want minder echt, dat zijn we niet! Vraag het over een tijdje maar onze kinderen.

Dit artikel is geschreven door Eke Krijnen.

Reacties