De zwarte portemonnee

Foto: Henry Faber Photography

“Kom liefje, we gaan iets leuks doen. Ik trakteer op een ijsje. Uit mijn zwarte portemonnee.” Het is 1981, ik ben tien jaar. Mijn moeder heeft altijd een rode portemonnee in haar handtas. Hij is helemaal niet zwart. Ik kijk haar niet begrijpend aan. Wat bedoelt ze toch steeds als ze het heeft over haar zwarte portemonnee? Ik denk er niet te lang over na en loop gauw naar haar toe. Het is heerlijk in de speeltuin. De wind waait door mijn haren. Ik voel me gelukkig en lik aan mijn ijsje.

Het is vijfentwintig jaar later, 2006, inmiddels heb ik zelf twee dochters. Mijn dochters gaan graag met oma op stap. “Van de zwarte portemonnee, mama. Dat zegt oma altijd en dan krijgen we iets lekkers van haar.“ Hierop volgt een hoop gegiechel, want ze worden keer op keer flink verwend. Zoals alleen oma dat kan. Met haar zwarte portemonnee. Ik denk er het mijne van.

Een paar weken later lopen mijn moeder en ik samen door de supermarkt. Even boodschappen doen. Mijn moeder pakt haar portemonnee uit haar handtas. Nog altijd rood, net als vroeger. Ze betaalt de boodschappen en vertelt dat vanavond het einde van haar week is. Huh? Morgen gaat het boodschappengeld voor de nieuwe week in haar rode portemonnee, zegt ze met een grote glimlach op haar gezicht. Ze heeft er duidelijk plezier in.

En dan vertelt ze me haar “geheimpje”. In de rode portemonnee gaat elke week 100 euro. Contant. Voor de boodschappen van haar en papa. Ze zijn maar met zijn tweetjes, daar hebben ze ruim voldoende aan, zegt ze. Aan het eind van de week gaat het geld wat dan nog in de rode portemonnee zit in een geheim vakje in haar handtas.

Een piepklein leren portemonneetje

Raad eens wat er in dat geheime vakje zit? Juist. Een piepklein leren portemonneetje met een ritsje. Het portemonneetje is van versleten zwart leer. Haar zwarte portemonnee! En er zit best veel geld in. Van al die weken restantjes van het boodschappengeld. Ik glimlach in mezelf. Dus dat is al die jaren haar geheime wapen geweest. Een zwart leren portemonneetje waar elke week wel een aantal euro’s in komen. Soms wel tien of twintig euro. Zonder dat zij en papa dat misten. Ze is slim, mijn moeder.

Vandaag kijk ik thuis op mijn telefoon naar mijn bankapp. Wij hebben voor onze privé-financiën geen zwarte portemonnee. Ook geen rode trouwens. We hebben wel een boodschappenrekening. Elke week stort ik daar een bedrag naar toe. Voor de boodschappen. En aan het eind van de week? Dan boek ik het restant wat over is naar een andere bankrekening. Soms is het maar een paar euro, soms meer dan twintig of dertig euro. Ik noem die extra rekening onze zwarte rekening. Elke keer als ik kijk hoeveel er op staat, moet ik glimlachen en denk ik aan mijn moeder. En stiekem geef ik mezelf een schouderklopje omdat ik goed van haar geleerd heb.

Wij hebben naast de boodschappenrekening en onze zwarte rekening nog meer bankrekeningen. Een betaalrekening voor alle vaste lasten, ieder een eigen hobbyrekening en spaarrekeningen voor vakanties, huishoudbuffer en tot slot nog een leuke-spullen-rekening. Heel overzichtelijk. Net zo overzichtelijk als zo’n ouderwets spaarblik met gleuven die je vroeger zo vaak zag. Maar dan digitaal. Met onze bankrekeningen komen we nooit voor verrassingen te staan en sparen we bijna ongemerkt op elke rekening een leuk bedrag. Mijn moeder is trots op me. En mijn man trouwens ook.

Dit artikel is geschreven door Esther van der Meer van MEER over Cijfers.

Foto: Henry Faber Photography

Reacties

0